Angelica.

 

Een angelica is de gekonfijte stengel van de Engelwortel.
Deze wordt gebruikt om gebak en nagerechten op smaak te brengen en te decoreren.
Dit kruid werd ooit rauw gegeten net als bleekselderij.
De verse blaadjes kunnen in salades gebruikt worden.
angelica

Waar komt het voor ?

Engelwortel (Angelica) is een geslacht van kruidachtige, overblijvende kruiden uit de schermbloemenfamilie.
De planten komen voor in de gematigde en subpolaire gebieden van het noordelijk halfrond.
De soorten worden doorgaans 1-2 m hoog.
De bladeren zijn dubbelgeveerd en de bloemen wit of witgroen.

In Belgiƫ en Nederland komen twee soorten in het wild voor:

Grote engelwortel (Angelica archangelica)
Gewone engelwortel (Angelica sylvestris)

De twee soorten zijn gemakkelijk te onderscheiden door de grote groengele schermen van de grote engelwortel en de sterke muskusachtige geur die de bladeren bij kneuzing afgeven.

Waar wordt het nog meer voor gebruikt ?

In Ijsland en Noorwegen wordt de gedroogde wortel gemalen en gebruikt om een soort brood te maken.
De zaden worden gebruikt bij de bereiding van vermout en chartreuse.

Preparaten van de wortel zijn gebruikt tegen koliek en hoofdpijn.
En als behandeling voor doofheid en aandoeningen aan de bronchiƫn.
De wortel staat in het Chinees bekend als dong quai of danggui.